Hoe ik mijn weg in Kampala vond

Scroll down

Al ruim 3 maanden woon ik in Kampala, de turbulente hoofdstad van Oeganda. Gespreid over zeven heuvels ligt een stad vol contrasten. Tussen de Westerse en de lokale gebruiken, tussen de verschillende bevolkingsgroepen onderling maar meer dan alles tussen arm en rijk. Elke dag is een avontuur, hoe kan het ook anders. Dagtoeristen komen en gaan en kunnen zich soms amper inbeelden hoe je hier zou kunnen, of laat staan willen wonen. Een misopvatting, de wereld zit er vol van.

Nadat ik mijn eerste week in het landelijke en groene Entebbe doorbracht, moest ik mij toch even aanpassen aan het turbulente en grijze centrum van Oeganda. Geen lokaal voetbalpleintje waarlangs ik rustig naar huis kon wandelen, eerder een aswolk uit de uitlaat van een minibus die Europa al 20 jaar geleden verbannen heeft. Geen grazende geit meer langs de zijkant van een aardeweg, maar een Oegandese bodaboda-driver die dollartekens in mijn ogen zag.

Gedropt worden en mijn weg vinden in dit betonnen oerwoud was dan ook een heuse uitdaging. Vandaag kan ik stellen dat ik Kampala omarmt heb en mij hier helemaal thuis voel.  Hieronder volgen drie zaken die mij hielpen mijn weg én thuis in Kampala te vinden.

Justus en z’n familie

Kampala kent een schrijnend verschil tussen arm en rijk. De westerse standaarden en gebruiken zijn in de hoofdstad gevestigd en dan ook heel aanlokkelijk voor diegenen die het zich kunnen veroorloven. Deze standaarden vormen vaak ook een valkuil om het “echte” Oeganda te beleven. Ik betrap er mezelf dan ook vaak op hoe snel ik wel naar deze westerse kant neig. Eén zaak die me hiervan weerhoudt is “verblijven bij locals”.

Zo woon ik bij de ouders van Justus, een inspirerende en ondernemende Oegandees die een fietsenwinkel uitbaat (en waarbij ik ook een handje uit de mouwen steek). Samenwonen met de ouders van Justus en de dagelijkse omgang met hem en zijn familie brachten me al heel wat mooie momenten. Niet alleen zijn gezin leerde ik kennen, ook zijn naaste vriendenkring omarmde mij. De warmte en gastvrijheid die ik elke dag van deze mensen mag ervaren geeft me heel wat energie. Justus en zijn familie biedt mij een gedeeltelijke uitweg uit de westerse cultuur. Ik ben enorm dankbaar dat ik Kampala en Oeganda op een echte manier mag beleven en zo ook dankbaar voor mijn nieuwe thuis.

Justus (links) en zijn familie (in de brede zin van het woord)

Wie zeker ook nog tot deze nieuwe thuis behoort is Joke, mijn Nederlandse huisgenote. Het is eigenlijk gek als je erover nadenkt, hoe wij hier in Oeganda samenkwamen onder hetzelfde dak en gedurende dezelfde periode. We bouwden in korte tijd een hechte vriendschapsband op en zijn elkaars steun en toeverlaat hier in Oeganda.

Joke en Fiets, de puppy van Justus, die we samen opvoeden

Kampala Group of Bikers en Ultimate Frisbee Uganda

Een tweede manier waarop ik mijn weg in Kampala vond was door sport. Meermaals per week blaas ik stoom af op de fiets en op zondagnamiddag loop ik als een gek achter een vliegende schijf. Sporten geeft me niet alleen mijn nodige energie en verstrooiing, het brengt me ook in contact met gelijkgezinden. Ik maak deel uit van de mountainbike community van Kampala, waar zowel expats als locals zich wekelijks verenigen. Fietsers rondgidsen in Kampala behoort tegenwoordig ook tot mijn takenpakket. Het geeft me de kans om te netwerken terwijl ik mijn conditie op peil hou en opent daarbij wekelijks nieuwe deuren.

Heatmap van Kampala: plaatsen waar mijn tweewieler me al bracht.

Bukoto

Bukoto is meer dan mijn woonplaats alleen. Het is een buurt waar ik voor vier maand deel van uit maak.  Vier maanden geeft meer dan voldoende tijd om mijn buurt te leren kennen, de personen te ontdekken en hun verhalen te achterhalen. Omgaan met al deze mensen rond mij maakte alles veel intenser. Het is iets waar ik maar al te graag tijd voor maak.

Een kapperszaak, een kleermakerszaak, een rolexkraam en enkele fruitstallen. Zo kan ik mijn buurt het best omschrijven. Wanneer ik s’ morgens de poort achter mij sluit, hoor ik John zijn motor op gang trappen. John is mijn persoonlijke bodachauffeur (alles is mogelijk in Afrika) en brengt me overal naartoe. John heeft zijn stage of verzamelplaats aan het rolexkraampje van Henry en is hier dan ook dagelijks te vinden. Wachtend op personen die van zijn diensten willen gebruik maken.

Boda John

Het rolexkraam van Henry is een kleine constructie gebouwd tegen de kapperszaak van Gerald. Meermaals per week klop ik hier aan voor een Rolex, een heerlijke pannekoek combineerd met omlet (Roll-eggs).  Naar Gerald, de kapper, ga ik heel wat minder. Toch sinds ik door had dat hij knippen niet zozeer onder de knie had (scheren wel) en hij mijn haar met een gewone keukenschaar ging bewerken.

Gerald in zijn kapperszaak

Henry werkt verder samen met Charles, die naast scheren ook veel plezier uit zijn gitaarspel haalt maar dus écht niet kan zingen. Tot slot zijn er nog enkele fruitverkopers en is er Grace, die haar eigen atelier voor vrouwenkleding uitbaat.

Charles: kapper als beginnend gitarist

De kapperszaak en het rolex-kraam

Het atelier van Grace

It's only fair to share...Share on FacebookShare on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Google+Pin on Pinterest